De Amiga 500

Auteur: Ron van Schaik
Webpagina: Ron van Schaik
Let wel op: de rechten van de stukjes liggen bij de Commodore GG
Dus U kan ze wel lezen en uitprinten voor eigen gebruik maar niet zonder toestemming gebruiken voor andere doeleinden

Introductie
Merkbaar op onder andere op onze clubdagen is de revival van de “allerkleinste” der Amiga’s: de Amiga 500. Blijkbaar is nu deze machine “retro” genoeg om te beginnen aan zijn comeback! In dit artikel blikken we terug op deze computer en geven we alle technische details...

Amiga 500
De Amiga 500

De Amiga 500
De Commodore liefhebbers uit de jaren 80 wilden net als heden te dage natuurlijk steeds meer computerpower. Na verloop van tijd namen zij geen genoegen meer met de 8-bits CPU’s. Helaas was de oorspronkelijke Amiga 1000 bij de introduktie erg duur en wachtten veel mensen in eerste instantie toch nog een tijdje af met een nieuwe aankoop. Gelukkig werd dit wachten beloond en introduceerde Commodore al snel daarna de Amiga 500 als gedoodverfde opvolger van de C64/128 lijn.

Het was op dat moment nog maar enkele jaren geleden dat Commodore de C-128 als opvolger van de succesvolste homecomputer aller tijden, de C-64, aankondigde. Mikkend op de grote hoeveelheid beschikbare software dacht CBM met een nieuwe voor 99,9% met de C-64 compatibele hobbycomputer het succes van de oude topper te kunnen evenaren. Hoewel de verkoop van de C-128 niet geheel onverdienstelijk bleek vielen de verkoopresultaten tegen. Vervolgens stak men de oude 64 in een flitsend jasje (de C-64 II) en ondersteunde het de Mac-achtige GEOS userinterface. Ook kwamen er krachtiger diskdrives en zelfs een harddisk beschikbaar.

Al deze welkome vernieuwingen veranderden natuurlijk niets aan de grenzen der 8-bitsmogelijkheden. De "final frontier" was wel zo ongeveer bereikt en de concurrentie in de vorm van MS-DOS PC-klonen en 68000-machines rukte langzaam maar zeker op. Nog steeds hadden de C-64 en 128 een flinke aantrekkingskracht op de (beginnende) hobbyist, onderwijs en kleine zakelijke gebruiker. De lage prijs en de enorme hoeveelheid software wogen voor talloze gebruikers ruimschoots op tegen de nadelen van de langzamere rekenkracht en de beperkte geheugencapaciteit. Toch groeiden de wat serieuzere hobbyisten boven de mogelijkheden van de C-64 en C-128 uit.

Met de introductie van de scherp geprijsde Amiga 500 hoopte Commodore deze categorie hobbyisten over te halen om de stap naar een 68000 systeem te maken. De Amiga 500 was met zijn ingebouwde diskdrive en bijgeleverde muis niet veel duurder dan een C-64 II met los diskettestation. Het grootste probleem was alleen de wat traag op gang komende softwarestroom. Maar wat is de Amiga 500 eigenlijk voor ’n computer? Want zoals gezegd zijn er weer veel mensen die teruggrijpen naar deze leuke computer.

De basisconfiguratie
In tegenstelling tot de Amiga 2000 is de 500 geen bouwdoos (een open systeemarchitectuur), maar een vrijwel gesloten, compleet systeem. In de op de C-128 lijkende systeemkast met ingebouwde 3.5 inch diskdrive is geen ruimte voor inbouwkaarten of extra drives. Hoogstens kan aan de onderzijde nog een geheugen-uitbreidingskaart met klok ingestoken worden. Alle verdere uitbreidingen moeten via de expansion port aan de linkerzijde van de computer. Buiten het ingebouwde 880 KB 3.5 inch diskettestation kan via de floppy-poort nog een extra drive worden aangesloten. Dit is vooral voor het kopiëren van spelletjes erg handig.

Amiga 500 diskdrive
Amiga 500 diskdrive

Standaard zijn een 256KB metend ROM, met het operating system Kickstart 1.2, en een 512KB groot RAM aan boord. Desgewenst kan de geheugencapaciteit tot 1 MB opgevoerd worden. Ruimte genoeg dus voor gedetailleerde graphics of videobeelden.
Het hart van de Amiga wordt gevormd door de 32/1 6-bits Motorola MC 68000 CPU met een kloksnelheid van 7,16 M Hz. De interne (adressbus) dataoverdracht is 32-bits. Die overdracht per systeembus verloopt in woorden van 16 bits. Verder beschikt de MC 68000 over een aanzienlijk krachtiger on board instructieset dan de 6502 CPU's van de C64 en C-128. Dat bespaart veel tijd bij het programmeren en het uitvoeren van opdrachten. Bovendien behoort multitasking tot de mogelijkheden.

Net als bij de Amiga 1000 en 2000 wordt de 68000 CPU ondersteund door drie coprocessoren:
• De videochip Denise kent vier verschillende grafische schermen: 320 x 256, 320 x 512, 640 x 256 en 640 x 512 pixels. Het 50 Hz videobeeld heeft een oplossend vermogen van 625 lijnen en een geheugen van maximaal 512 KB. In de tekstmodus zijn naar keuze 60 of 80 tekens beschikbaar met maximaal 25 gekleurde regels. Het kleurenpalet biedt 32 kleuren (bij 320 beeldlijnen) of 16 kleuren (bij 640 lijnen) met maximaal 4096 mengkleuren. Verder behandelt Denise de spritebesturing en botsingsdetectie.
• De poort-chip Paula. behandelt de DMA-besturing van de seriële poort, parallelle poort, controllerpoort, toetsenbord en audio-I/O.
Amiga Fat Agnus
De Amiga Fat Agnus

• De Bit-Blitter- of animatie-chip Agnus. In de Amiga 500 is sprake van een speciale custom uitvoering, de zogenaamde Fat Agnus, waarbij nog meer functies in één en dezelfde IC zijn ondergebracht. Deze coprocessor verzorgt in nauwe samenwerking met de beide anderen de vloeiende Amiga-animaties.

De interfaces
Voor het eerst liet Commodore haar incompatibiliteitspolitiek varen. In de dagen van weleer was het aansluiten van niet Commodore hardware op een C-64 of C-128 een crime. Eigenzinnige connectoren vroegen om specialistische en dure verloopkabeltjes of vele uurtjes zweten met de soldeerbout. Ook de parallel Centronics printerpoort van de Amiga 1000 leed aan dit euvel. Voor ons heden ten dage een voordeel dat veel van dit soort zaken al flink is uitgekauwd……

Amiga 500 achterzijde
Van links naar rechts: poort 1 voor muis, joystick poort 2, stereo/audio uitgangen, aansluiting externe diskdrive, seriële RS232 poort, parallel Centronics poort, aansluitbus extern netwerk, monitoraansluiting monochrome-video (BAS) aansluiting

Bij de Amiga 500 zijn de poortaansluitingen echter allemaal PCstandaard. De RSC 232-uitgang laat zich moeiteloos aansluiten op tal van modems, afdrukkers en communicatie-kabeltjes. Alleen voor MIDItoepassingen is een speciale adapterkabel nodig. De Baudrate is programmeerbaar tot maximaal 31.250 baud en het transport van ASCII-files mag met geschikte communicatiesoftware dus geen problemen meer opleveren. Datzelfde geldt eveneens voor de parallelle Centronicspoort. Een speciale adapterkabel is niet meer nodig.

Een tweede parallel-interface verzorgt de communicatie met ten hoogste drie externe drives. Er is keuze uit 3.5 en 5.25 inch floppy drives en een hard disk met ingebouwde controller van Commodore zelf of onafhankelijke merken. De Amiga 500 kan maximaal 1 extern floppystation voeden. Belangrijk om te weten (dit omdat we anno nu door de lage prijzen veel meer randapparaten ter beschikking kunnen hebben) is dat meerdere floppy drives (of een hard disk) hun eigen stroomvoorziening moeten hebben!

Amiga RF modulator
Amiga RF modulator

Een monitor kan zowel via een tulpkabel (BAS monochrome) als een 25-pins RGB AID-plug aangesloten worden. Jammer genoeg ontbreekt wel een ingebouwde RF-modulator (deze zijn helaas alleen los verkrijgbaar en hebben typenummer A520).
De geluidsprestaties van de Amiga 500 komen via een interne luidspreker nimmer tot hun recht. Aansluiten op een stereo-installatie is ook nu nog een hele ervaring. Wat een geweldig geluid…… De tulpbussen stereo- in en out maken deze verbinding tot het simpelweg insteken van vier cinch-plugjes.

De standaard 9-pins muis/joystickpoorten zitten aan de achterzijde. Minder handig dan de meer gebruikelijke plaatsing aan de zij- of voorkant, maar de Amiga 500 zit nu eenmaal stampvol met aan de rechterkant de 3.5 inch floppy en links de expansion port. Behalve een muis en joystick kunnen op de beide poorten ook een joyball, lichtpen of grafisch tekenbord aangesloten worden.

De expansion port, in feite een processorbus, biedt nog de mogelijkheid om meer RAM-geheugen, een extra coprocessor, een harddisk, robot-controllers of andere randapparatuur te installeren. Vreemd is dat bij de eigen MS-DOS-emulator Sidecar een aansluitprobleem dreigt te ontstaan. De systeembus zit aan de verkeerde kant en is nog 180 graden gedraaid ook. Een adapterkabeltje brengt uitkomst, maar het geheel wordt er niet fraaier op.

Tussen de poorten aan de achterzijde van de Amiga 500 zit de netstroomconnector. Net als bij onder andere de C64 is voor een losse netvoeding gekozen. Nette inbouw was waarschijnlijk, gezien het ruimteprobleem, onmogelijk. Lastig is wel dat de aan en uitschakelaar op het trafokastje zit. Verre van handig daar de meeste gebruikers deze voeding het liefst ergens zouden willen wegmoffelen.

De Amiga 500 binnenin
De Amiga 500 binnenin

Binnenin de Amiga 500
Na het losschroeven en oplichten van de boven kap valt het inwendige van de Amiga 500 te bewonderen. Zoals gezegd is alle hardware, behalve het diskettestation, op een hoofdkaart gemonteerd. Uiterst links op deze kaart zit de MC 68000 met vlak daarnaast de expansion port. Eventuele uitbreidingen hebben daarom vrijwel direkt kontakt met de CPU.

Direkt rechts van de 68000 processor staat het 256KB ROM met de ingebakken Kickstart versie 1.2. Om dit ROM zijn de drie coprocessoren gegroepeerd waarbij de dikke zwarte Agnes duidelijk opvalt. Ook zie je hier de custom Gate-Array-Chip Garry die snel en nauwkeurig tal van logische functies, onder andere het aansturen van TTLmonitoren, vervult. De Amiga 500 was de eerste van de Commodore 68000-familie die over deze coprocessor beschikte.

Links aan de voorzijde zit de standaard geheugenbank met 512KB aan vrij RAM. Deze bank bestaat uit 16 256KB RAM-chips met een accestijd van 150 nanoseconden. Aan de rechterzijde van deze RAM-bank kan de uitbreidingskaart met 512KB extra RAM, klok en accu in de daarvoor bestemde connector gestoken worden. Deze ruimte is via de bodemplaat toegankelijk zodat je de 500 niet behoeft open te schroeven. Verder zitten er nog een quarts videooscillator met een frequentie van 28.63 MHz (dicteert de 68000 een kloksnelheid van 7.16 MHz) en enkele DMA IlO-chips op de hoofdkaart. Veel meer IC's zijn er niet. Kortom een keurig staaltje van geïntegreerde chiptechniek.

De ingebouwde 3.5 inch floppy disk drive biedt 880KB aan geformatteerde opslagcapaciteit (dit was 160KB meer dan de directe concurrent Atari ST). Daar de interne diskdrive zijn voeding uit de Amiga 500 trekt konden de afmetingen bescheiden gehouden worden. Helaas lijkt het er op dat de drive momenteel wel regelmatig stuk gaat (misschien een leeftijdsprobleem?)

Het toetsenbord
Het met de systeemkast geïntegreerde keyboard ziet er met zijn strakke layout en 96 toetsen professioneel uit. Het geheel lijkt veel op een kruising tussen een C-128 en een Atari 1040 ST. De huiscomputermode van de jaren tachtig.
De layout toont een duidelijke driedeling. Circa tweederde deel van het schuine front der systeem kast wordt in beslag genomen door een comfortabel QWERTY-toetsenbord. Uiterst rechts zit een numeriek toetsenbordje met Ins-, Del-, Home-, End-, PrtScr, NumLock, PgUp, PgDn en Scroll Lock-toetsen. Tussen het numerieke en QWERTY-bord zitten nog een driehoekig (of een omgekeerde T) cursorblok en de toetsen Del en Help. Boven het QWERTY-deel vindt de gebruiker uiterst links de Esc-toets en rechts daarvan de functietoetsen F1 t/m F10.
Belangrijk te noemen zijn de beide Amiga(A)-toetsen. Om te resetten gebruik je de combinatie A-A-Ctrl. Alle toetsen zijn volledig processor gestuurd en in de praktijk zullen zelden uitleesfouten optreden.

Graphics en animaties
Wat graphics en animaties betreft stond de Amiga aan de top. Nog steeds zijn de graphics en muziekmogelijkheden voor elke computerliefhebber een lust voor het oog. Zelfs professionele videofilmers en reklamebureau's maakten gebruik van de betaalbare Amiga mogelijkheden. Pakketten als De Luxe Paint II, Aegis animator en De Luxe Video behoorden tot de bestverkochte 68000 software. De helft van de Amiga-bezitters beschikte over een teken- en/of animatiepakket.

Amiga Denise
De Amiga Denise

De grafische beeldvorming is bij de A500 grotendeels uitbesteed aan de coprocessor Denise. Deze Display Encoder neemt het tijdconsumerende rekenwerk van de 68000 CPU over. Zoals bekend mengt Denise de drie basiskleuren rood, groen en blauw in 16 verschillende kleurtrappen tot een palet van 4096 mengtinten. Het aantal beschikbare kleuren hangt af van de schermresolutie. Kiest de gebruiker voor 32 verschillende kleuren dan bedraagt het oplossend vermogen 320 x 256 pixels (LORES), bij 16 kleuren 640 x 256 pixels (HIRES). Een pixelscherm heet bij de Amiga een bit mapped plane, of in gewoon Nederlands een grafische geheugenkaart. Bij elk punt op de monitor hoort een grafische geheugenlokatie met bijpassend kleurenregister. Denise kan vijf LORES planes tegelijk besturen. In de hogere 640 x 256 pixels resolutie kan de grafische chip maximaal vier planes aansturen. Hoe hoger de scherm resolutie des te minder kleuren en planes er beschikbaar zijn. Al te kleurrijke beelden gaan achteruit in videokwaliteit en dat kan storend werken bij het afwisselen tussen of mengen van conventionele en computer-videobeelden.

Een tweede functie van Denise is het instellen van de interlace modus. Op zich een simpel gebeuren waarbij de grafische chip de beeldfrequentie van de horizontale beeldlijnen verandert. Er is keuze uit 50 en 25Hz. Deze switchmethode heeft grote gevolgen voor de videodisplay. Bij 50Hz neemt het oog geen enkele beeldflikkering meer waar. Animaties verlopen daarom geheel vloeiend. Een nadeel is de resolutie die bij 50Hz maximaal 320 x 512 pixels meet. Een lager oplossend vermogen is voor snelle animaties geen groot bezwaar. Wel voor statische graphics, Denise schakelt dan in de 25Hz modus met een maximale resolutie van 640 x 512 pixels. Bij 25Mz neemt het beeldflikkeren uiteraard toe.

Kleurovergangen regelt Denise via de Hold and Modify-modus (HAM). De vloeiende kleurovergangen ontstaan doordat de grafische coprocessor de intensiteit van één der drie basiskleuren in de opeenvolgende pixels verandert. In feite wordt dus punt voor punt gewijzigd, maar dat gaat zo snel dat het oog een wervelende kleurbeweging waarneemt. Hold and Modify werkt alleen in de LORES- of Interlace-modus.
Alle actie vindt plaats op 16-kleurige speelvelden, de Play-Fields. Van zo'n speelveld is doorgaans slechts een vensterdeel zichtbaar. Het werkelijke Play-Field is veel groter dan de monitor kan laten zien. Denise verstaat de kunst om twee speelvelden, nu met elk slechts 8 kleuren, over elkaar te schuiven, in twee richtingen HIRES te scrollen en zelfs van grootte en vorm te veranderen.

Net als bij de C-128 en C-64 zijn er natuurlijk ook sprites voorhanden. Denise bestuurt maximaal acht sprites in vier kleuren. Een sprite is maximaal 16 punten breed. De vertikale lengte is onbeperkt. Verder behandelt Denise de sprite collisions en het stellen van sprite-prioriteiten.

Ook Fat Agnus, de DMA adresgenerator, is onmisbaar voor het creëren van de flitsende Amiga animaties. Deze dikzak kan in de Amiga 500 bliksemsne1 1MB aan videodata verversen. Direct Memory Access omzeilt de hoofprocessor en spreekt het geheugen dus direkt aan.

De Amiga 500 en 2000 kennen twee verschillende soorten RAMs. Memory boards die de 68000-bus gebruiken bieden het zogenaamde fast memory. Fast wil zeggen dat het RAM de bus-access niet met de video Blitter chip behoeft te delen. Dat was wel het geval op de Amiga 1000 waarbij de Blitter, dankzij zijn hogere systeem prioriteit, buscycli stal van het interne chip memory, hetgeen de programma-uitvoer vertraagde.

Op de Amiga 500 met geheugenuitbreiding bestaat de helft van het 1 MB grote RAM (dus 512K) uit fasten de andere helft uit chip memory. De Blitter kan daarbij rustig te keer gaan met het chip-video-geheugen terwijl de software aanzienlijk sneller in het fast Ram draait.

Agnes bestaat uit drie onderdelen. De DMA-controller hebben wij zojuist al besproken. Het belangrijkste onderdeel van Agnus is echter de coprocesor Copper. Copper wordt in feite geheel door de electronenbundel van de monitor gestuurd en schrijft de data van en naar de registers. Er zijn drie bevelen mogelijk: MOVE verplaatst de data, WAIT doet de coprocessor wachten tot de electronenbundel de gewenste schermplaats bereikt heeft en SKIP is er voor het overslaan van bevelen. Copper verandert slechts de registers en grijpt niet zelf op het RAM aan.

Het derde IC-onderdeel van Agnes is de zogenaamde Blitter. De Blitter is een grootschalige verhuizer van grafische datablokken. Volgens de gegevens van Commodoret 1.000.000 pixels en 60 beelden per seconde. Interessant is de animatie-optie, waarmee maximaal drie bewegende elementen met elkaar kunnen worden verbonden. Bijvoorbeeld de benen en het hoofd van een figuurtje animeren.

Home en Video animaties
Alle Amiga animaties, speelschermen en grafische creaties kunnen via de video-output op de eigen video- of DVD recorder worden overgenomen. Hier is wel de benodigde video- en grafische software voor nodig. Ook is er doorgaans een speciaal verloopkabeltje nodig om de Amiga 500 video-uitgang met de VCR/DVD of montage-unit te kunnen verbinden. Voor het combineren van een computer en een VCR/DVD of camerasignaal is een zogenaamde gen locker nodig.

De Amiga Genlock
De Amiga Genlock

Superpositie (over elkaar heen) van beelden is alleen mogelijk als de ene videobron synchroon en de andere asynchroon is. De gen locker regelt de beide signalen op elkaar af. Commodore leverde de Genlock 1300 voor PAL-videosystemen, maar er waren ook een aantal gespecialiseerde firma’s die apparaten leverden van andere merken. De Genlock 1300 moet tussen de RGB-poort en VCR/DVD worden geschakeld en stemt het composiet videosignaal, de stereo-audiolijnen en het Amiga computersignaal op elkaar af.

Voor het digitaliseren en creatief bewerken van videobeelden was weer een aparte digitizer nodig. Digi-View van Newtek bood de Amiga-bezitter een compleet HAM video-digitizing systeem in 4096 kleuren. Kleurenvideobeelden konden met Digi-View gedigitaliseerd en vervolgens met Deluxe Paint 11, De Luxe Video of het eigen Digi-Paint bewerkt worden. Vooral als men de Amiga ook nog eens met een videoprocessor of special effects generator (SEG) wilde kombineren. Dit waren allemaal prachtige mogelijkheden voor de videohobbyist, maar inmiddels toch wel omslachtig en waarschijnlijk zijn er niet veel gebruikers meer.

De Amiga game Wings
De Amiga game Wings

Softwaremarkt
Moelijk om in te schatten, maar volgens de gegevens voorhanden op internet zijn er zo’n 3000 Amiga 500 titels op de markt verschenen. Het begin was in Nederland moeizaam, zeker omdat er in Duitsland veel meer (goedkope) sofware verkrijgbaar was. Naarmate de populariteit van de Amiga 500 toenam groeide ook het aanbod gestaag.

De minpuntjes
Door de fantastische prestaties is kritiek op de Amiga 500 moeilijk. De hieronder vermelde minpuntjes betreffen dan ook voornamelijk wat zeurderige kleinigheden…
• De gesloten systeemarchitectuur belemmert grote uitbreidingen. Een expansiepoort is zo vol en in de kast is geen plaats meer voor de inbouw van extra kaarten of drives. Verder bemoeilijkt de compacte bouw het doe-het-zelf soldeerwerk.
• De incompatibiliteit met de andere Commodore computers zoals de C-64/C-128. Dit betekende dat veel liefhebbers hun C64 software bij de aanschaf van een Amiga 500 van de hand moesten doen.
• Een echte RESET-knop ontbreekt. De A-A-Ctrl combinatie werkt minder handig.
• De aan- en uitschakelaar op de externe voeding is vaak moeilijk bereikbaar.

Toepassingen
Waar is de Amiga 500 nu eigenlijk vooral voor gebruikt? In tegenstelling tot de op de zakelijke markt gerichte Amiga 2000 viel de 500 in vrijwel ieder kleinschalig computerstraatje.
• Desktop Publishing. De full colour HIRES-graphics van de Amiga 500 maakte de paginaopmaak tot een waar genoegen.
• Business graphics. Geanimeerde zakelijke grafische presentaties en reklames waren een ideaal toepassingsgebied voor de Amiga. Er was voldoende software en de prijs maakte de 500 aantrekkelijker dan de investering in EGA-kaarten, animatie-boards en HIRES PC-monitoren.
• Home Video en bewerking.
• Digitale thuismuziek. Via het MIDIinterface was een compleet kamerorkest mogelijk.
• Experimentele computer voor de veeleisende hobby programmeur of jonge onderzoeker.
• Artistieke computer voor vrijetijds of professionele kunstbeoefening.
• Kleine zakencomputer. Eenvoudige bediening (Intuition userinterface), multitasking, 68000 rekenkracht, telecommunicatie en eventueel de (beperkte) MS-DOS compatibiliteit.
• Als laatste en zeker heden te dage niet het onbelangrijkste: als spelcomputer.


Slotwoord
Net als de Commodore 64 werd en wordt de Amiga 500 natuurlijk veel als spelcomputer gebruikt. Commodore probeerde wel het zakelijke gebruik te benadrukken maar door de spelletjes werden en zijn de computers in ieder geval heel populair. Deze grafisch en muzikaal uitstekende machine heeft vooral daarom toch de comeback van dit moment te danken!



Terug naar de verhalen pagina