Werken met de Amiga 500
|
|
||
| Introductie Deze informatie helpt de startende Amiga gebruiker de goede weg in te slaan. Stap voor stap zullen wij alles gaan doornemen. Bovendien zult u uw Amiga vocabulaire verder kunnen uitbreiden. De eerste stap De allereerste keer dat u de Amiga zult aanzetten, dient u wel het een en ander over de Amiga te weten. Raadzaam is dan ook eerst de handleiding eens goed door te nemen. Voor het gemak gaan wij er in deze tekst van uit dat u de beschikking heeft over minimaal een Amiga 500 met bijbehorende monitor. U kunt ook gebruik maken van een TV, hiervoor dient u wel een modulator aan te schaffen. ![]() Het aanschakelen Uw Amiga aanzetten is een kwestie van de juiste stekker in de wandkontaktdoos te steken en de juiste schakelaar om te zetten. Schakel de monitor in en u ziet nu hoogst waarschijnlijk een fraaie afbeelding op uw scherm. Om de 2 à 3 seconden hoort u een lichte tik. De Amiga vraagt om de Amiga WORKBENCH diskette. Bij elke tik initialiseert het interne systeem de diskdrive om te 'kijken' of er al een bruikbare diskette in de drive is gestopt. Is dit positief dan wordt vervolgens onderzocht of het ook om een BOOTABLE disk gaat. Bootdisk Wanneer er nu een DOS (BOOTABLE disk) in de drive zit wordt het AmigaDOS ingeladen. En wanneer nu blijkt dat er nog geen DOS disk in de drive zit vraagt het systeem om een andere diskette (AmigaDOS staat voor Disk Operating System). Dit steeds weer opnieuw initialiseren van de diskdrive heet ook wel 'vreten' of 'happen'. Plaats nu maar eens de WORKBENCH diskette in de drive. U krijgt een copyright melding, en wat andere, hier verder onbelangrijke informatie, op uw scherm te zien. U hoort nu de diskdrive zijn werk verrichten, DOS inladen. Vergeet niet dat u NOOIT een diskette in of uit de drive stopt of haalt als de drive nog aktief is! Een bezoekje bij de computerdokter is dan niet geheel onnodig! Workbench Wanneer de drive klaar is met laden is de WORKBENCH geactiveerd. U ziet een pijltje op uw scherm, dat u met de muis kunt bewegen. Vanuit de WORKBENCH kunt u programma's inladen door de ICONS aan te klikken. U gaat gewoon met de pointer op de afbeelding van het betreffende programma staan en klikt twee keer heel snel achter elkaar de afbeelding aan. Door bij het opstarten van de Amiga op < CONTROL-D > te drukken en vervolgens load wb in te tikken komt u in de CLI. CLI staat voor Command Line Interface. Vanuit CLI heeft u niet die mooie plaatsjes die u wel in de WORKBENCH heeft. Vanuit de CLI moet u commando's intikken. CLI Wanneer u met Commando's uitvoeren De opdrachten die u de Amiga wilt laten uitvoeren dienen dan wel, onder de zelfde naam, op disk te staan. Zo niet krijgt u de volgende melding op uw scherm: "Unknown command (opdracht)". Het systeem zegt dan als het ware dat hij de opdracht niet kan uitvoeren, omdat de opdracht niet op disk voorkomt. De meest gebruikte opdracht is waarschijnlijk het opvragen van een inhoudsopgave van de diskette. U kunt dit doen door 'DIR DF0:' in te tikken. U krijgt nu namen met daarachter tussen haakjes (DIR), wat staat voor directory, en gewone filenamen. De tussen haakjes vermelde opmerking DIR deelt u mede dat dit geen file is maar een zogenaamde SUB-DIRECTORY. In zo'n sub-directory kunnen ook weer sub-directory's voorkomen. Vaak zullen in zo'n subdirectory alleen in te laden file's staan. Hoe 'dieper' u de directory 'ingaat' des te meer zult u met CD moeten gaan werken. Met 'CD :' komt u weer in de ROOT directory. Met 'CD j' komt u in de vorige door u gekozen directory terug. Wat met CD wordt bedoelt kunt u terugvinden in het eerste deel van de AmigaDos CU cursus. Hiermee starten we in het volgende nummer van het Info Bulletin. De eerste directory waar u als het ware 'inkomt' heet de ROOT. Vanuit de root directory kunt u dus naar de boven besproken sub-directory's. Een lege diskette heeft 1758 blokken van elk 512 byte's. Heeft u het allemaal wel gezien, dan kunt u door middel van LOADWB de Workbench inladen. Door de opdracht ENDCLI komt u in de Workbench terecht. ![]() Workbench Wanneer u nu bij het opstarten van de Amiga geen < CONTROL-D > heeft gebruikt zult u in de Workbench komen. Workbench is als het ware uw werkblad. Vanuit de Workbench dient u alle programma's met icons op te starten. Elk programma op diskette dient dan wel te beschikken over zo'n icon file. Icons worden onder '(naam).info' op disk weggeschreven. U ziet nu hoogstwaarschijnlijk een icon van de Workbench V1.X op uw scherm. Door met de 'dubbele klik' de jcon aan te klikken krijgt u een window van de Workbench op uw scherm. Vanuit dit window kunt u van alles ondernemen. Maar voor deze sessie klikt u 'system' aan. Vervolgens krijgt u een window van 'system' op uw scherm. U ziet dat het window van system over het window van de workbench heen valt. Close-gadget Ook ziet u aan de linker-bovenkant een vierkant hokje staan. Met dit hokje kunt u het aktuele window sluiten. Dit hokje heet overigens een 'CLOSE GADGET'. Intuition draagt zorg voor het plaatsen van de windows op het scherm. Maar intuition doet nog veel meer! Vanuit een programmeer-taal kunt u intuition beinvloeden. Vanuit 'system' kunt u ook terug naar de CLI. Gewoon de CLI icon aanklikken. Niet doen Er zijn bepaalde handelingen die u beslist niet moet doen. Bijvoorbeeld het aansluiten van een randapparaat wanneer de computer nog aan staat. De chip met het typenummer 8520 (CIA) gaat dan vaak kapot. Ook het telkens weer aan en uit schakelen bij een GURU is zeer ongezond. Wacht tenminste 30 seconden wanneer u uw Amiga langer wilt houden. Denk ook even na bij het uitwisselen van randapparaten. Zo is de seriële poort van de Amiga 1000 anders dan die van de Amiga 500 en 2000. De pennen 9 t/m 25 hebben een andere functie op de Amiga 1000 dan bij de Amiga 500 en de 2000. In het algemeen kunnen we dus zeggen dat u NOOIT een aansluiting op de Amiga kunt verwijderen of aanbrengen wanneer de computer aanstaat! ![]() Virussen Helaas zijn er in de Amiga periode ook VIRUSSEN ontwikkeld. Vaak staat een virus op de eerste TRACK van een diskette. U kunt dan met INSTALL het virus weer verwijderen. Alleen wanneer het virus nog in het geheugen staat kan het weer op disk terechtkomen. Switch uw diskette's dus zo gauw mogelijk op write-protect. U kunt dit doen door het schuifje in de open stand te zetten. Wilt u wat op disk schrijven dan schuift u hem weer even open. Het eerste virus was het SCA virus. Dit virus is heel gemakkelijk te herkennen door de melding: "Something wonderful has happend, your Amiga is Alive. Een probleem met dit virus is dat de melding niet direct op uw scherm komt te staan bij het infecteren van een disk, maar pas later. Om nu simpel te testen of dit SCA virus op uw diskette aanwezig is doet u het volgende. Boot de Amiga met CONTROL/COMMODORE of bij de Amiga 500, 1000, 2000 AMIGA/AMIGA en hou daarbij de linker muisknop ingedrukt. Werd tijdens het booten uw scherm even donkergroen, dan was het SCA virus aanwezig. Waarschijnlijk zult u met dit virus meerdere diskette's hebben 'geholpen' aan het SCA virus. Even met INSTALL de diskette bewerken. Maar er is ook een BYTE BANDIT virus en andere die u het leven zuur kunnen maken. Hiervoor zijn ook een aantal programma’s gemaakt, de zogenaamde viruskillers. Mocht u hier behoefte aan hebben, deze zijn op onze clubdagen verkrijgbaar.
|
Vanaf hier start de AmigaDOS CLI cursus | FORMAT Dit commando wordt gebruikt voor het formatteren van een diskette. Dit houdt in dat de diskette verdeeld wordt in 80 tracks (cilinders). Een track bestaat uit 2 sporen, dit omdat de Amiga diskdrive een dubbelzijdige diskdrive is. Deze schrijft dus aan elke kant van de diskette een spoor. Elk spoor is weer onderverdeeld in 11 sectoren. Op elke sector kunnen 512 Bytes geschreven worden. De opslagcapaciteit is nu vrij gemakkelijk te berekenen. We hebben namelijk 80 tracks, maal 2 sporen, maal 11 sectoren, maal 512 bytes is dus 901120 Bytes. Aangezien een KiloByte uit 1024 Bytes bestaat moet het totale bedrag nog eens door 1024 gedeeld worden, we komen dan uit op een totaalcapaciteit van 880 KByte per diskette. Het formatteren van een diskette gaat als volgt: FORMAT DRIVE < disk > NAME < naam > [NOICONS] De toevoeging NOICONS is optioneel, dat wil zeggen dat het niet persé nodig is om deze erachter te zetten. De functie van het keyword is, dat de gegevens voor de Trashcan niet op de net geformatteerde schijf worden weggeschreven. Willen we nu een diskette formatteren in de standaard diskdrive (df0:) met de naam 'test', dan doet u dit als volgt: FORMAT DRIVE df0: NAME test Na het invoeren van deze instructie wordt het commando FORMAT van disk gelezen. Pas als dit gebeurd is zal de volgende melding in het CLI venster verschijnen: 'Insert disk to be Initialized in drive df0: and press Return' Nu kunt u de te formatteren diskette in de diskdrive stoppen. Denk er wel om dat een disknaam niet langer mag zijn dan 30 leestekens. Wij raden u aan hier niet te veel gebruik van te maken, want u loopt namelijk de kans dat een lange naam in de workbench een andere naam overlapt. Een naam mag geen spaties bevatten, dit geldt trouwens voor de gehele Cli. Wel mogen er spaties gebruikt worden als het gehele onderdeel van de instructie tussen aanhalingstekens is geschreven, bijvoorbeeld: DIR "df0: basic listings". Toch is het verstandiger dit niet te vaak te gebruiken omdat het lastiger is een dergelijke naam te gebruiken. Het is veel beter gebruik te maken van het 'underline' teken. ![]() DIR Met de instructie DIR kunt u een inhoudsopgave opvragen van een diskette, harddisk of ramdisk. Voor het opvragen van een directory geldt de volgende syntaxis: DIR DIR,OPT/K U bent bijvoorbeeld op zoek naar de file grafieken in de subdirectory basiclistings op een diskette in diskdrive df0: Dit doet u dan als volgt: DIR df0:basiclistings/grafieken. Om de gehele directory van de schijf te bekijken gebruikt u: 'DIR opt a'. De optie 'a' staat voor ALL. Op het eerste gezicht lijkt de output een geordende chaos maar de structuur blijkt toch zeer eenvoudig te zijn. Een voorbeeldje. Stel u heeft een schijf met de directory basicdemos. Deze is dan weer onderverdeeld in grafiekdemos en geluid-demos. DIR opt a geeft dan weer: basicdemos (dir) geluidsdemos (dir) - hierin staan geluid demos grafiekdemos (dir) - hierin staan grafische demos …- eventuele andere programma's Met 'DIR opt i' bent u in staat een directory langzaam te bekijken. De 'i' staat voor INTERACTIVE. Deze optie zorgt ervoor dat de uitvoer na elke naam stopt en er een vraagteken achter komt te staan. Wanneer u een vraagteken invoert krijgt u de mogelijke opties op uw beeldscherm te zien. U kunt met een < RETURN > verder of met < DEL > het vermelde bestand wissen. Het is echter niet mogelijk een bestand te wissen dat één of meerdere subdirectories bevat. Als achter de gegeven naam de toevoeging 'DIR' staat kunt u door op 'E' (enable) te drukken deze directory activeren. U krijgt nu automatisch de inhoudsopgave van deze subdirectory. Het is mogelijk de vorige directory te vervolgen door op 'B' (kort voor back) te drukken. Met het commando ‘T’ (dit is de afkorting van type) kunt u de ASCII bestanden lezen. Dit heeft alleen betrekking op tekstbestanden. Gebruikt u het bij normale programma's of CLI routines dan zult u allemaal rotzooi op uw scherm zien. Dit is echter met het CLI-commando TYPE weer op te lossen. Meer hierover bij de beschrijving van dit commando. Met < CONTROL C > kunt u de T optie van DIR op elk gewenst moment afbreken. Als er dan nog rotzooi verschijnt kunt u met < CONTROL O > de Amiga terugbrengen in zijn normale tekenset. Om de directory te verlaten kunt u Q (quit) intoetsen. Het is mogelijk om de gehele directory interactief te bekijken met het commando 'DIR opt ai'. Het is dus mogelijk de opties bij elkaar te zetten. Het DIR commando beschouwt ze als aparte opties. Als u een normale directory trekt kunt u de uitvoer van een directory stoppen door een willekeurige toets in te drukken. Pas wanneer u een < RETURN > geeft of wanneer dit teken wordt verwijderd met een < BACKSPACE > komt de uitvoer weer op gang. Verder kent DIR nog een 'redirection teken'. Het is mogelijk om de uitvoer van DIR in een file op te slaan. Probeer het volgende regeltje: DIR inhoudsopgave opt a. In de file inhoudsopgave zal nu de gehele inhoudsopgave van de schijf te zien zijn. CD Dit staat voor 'change directory'. Dit betekent dus dat u met dit commando van actuele directory kunt verwisselen. Alle CLI commando's zoeken, als er geen directory opgave is gedaan, in deze directory. Bijvoorbeeld, CD basicdemos DIR is hetzelfde als: DIR basicdemos. De instructie wordt op de volgende manier gebruikt: 'CD < directory >'. Met DIR is het nu mogelijk deze directory te bekijken. Met de instructie 'CD df0:' komt u weer terug in de rootdirectory van diskdrive df0: Het kan ook voorkomen dat u niet meer weet welke directory actueel is. Om dit te weten te komen typt u in CD. Op het scherm zal dan de naam van de actuele directory verschijnen. MAKEDIR Hiermee kunt u een directory aanmaken. De directory wordt altijd een niveau lager aangemaakt dan de bestaande directory. Dit wil zeggen, de directory die u aanmaakt zal binnen de actuele directory verschijnen. Maar weer even terug naar de voorbeeld directory. Stel u bevindt zich dus in de directory basicdemos. U maakt nu een directory aan met de naam 'test'. Deze directory zal nu binnen de directory 'basicdemos' staan. Met DIR roept u deze dan op de volgende manier aan: DIR basicdemos/test. De instructie voor het aanmaken van een directory ziet er als volgt uit: 'makedir df0:basic/info'. Er word nu in de directory 'basic' een subdirectory 'info' aangemaakt. Met copy kunt u dan de directory verder uitwerken, maar dat is van latere zorg. DELETE Met deze functie kunt u een bestand of een directory wissen van de vermelde diskdrive, dit geldt ook voor een ramdisk: 'delete df0:c/list'. In de subdirectory 'c' zal nu de file 'list' op diskdrive df0: worden gewist. Een subdirectory kan op de volgende manier gewist worden: 'delete df0:basic/info all'. Het is ook mogelijk om met een delete meerdere files in een keer te wissen (max. 9). Tussen elke te deleten file moet dan wel een spatie: delete df0:c/clock df1:s/startup-sequence Een andere manier om meerdere bestanden of directories in een keer te wissen is door met behulp van de zogenaamde jokers (# en ?). Stel op een diskette staat een hele waslijst aan test programma's, test1 tot en met test12, deze kunnen nu in een keer gewist worden: 'delete df0:test#?' Het '#?' zorgt er voor dat alles wat met test begint wordt verwijderd. Pas echter wel op met het gebruik van jokers, u zult niet de eerste zijn die zijn net aangemaakte bestand per ongeluk 'wist' door het gebruik van deze jokers. Door de toevoeging 'q' (quiet) voorkomt u dat de naam van de file die gewist wordt, afgebeeld wordt op het beeldscherm. ![]() COPY Wellicht een van de meest gebruikte commando's vanuit de CLI. Met dit commando is het mogelijk bestanden of zelfs gehele directories te copiëren. De syntax van het commando luidt; COPY < bron > < to > < doel > opties De bron en het doel mogen gelijk zijn, dat wil zeggen je mag op hetzelfde device, of in dezelfde directory kopieren. Ook bij COPY geldt weer het gebruik van jokers. Vooral bij programma's die files met een nummer extensie wegschrijven is deze mogelijkheid zeer handig. Een voorbeeld. Stel u werkt met superbase, en u wilt van uw bestanden een backup maken. U maakt een kleine batch-file aan die als volgt kan luiden: superbase ;bijvoorbeeld de aanroep van superbase copy programmas.#? to df1 : echo "bestanden gekopieerd" Na deze operatie zullen alle bestanden waarin de naam 'programmas' aan het begin voorkomt gecopieerd zijn. De opties die COPY ondersteund zijn; ALL: dit betekent dat alle files die in de directory, die u als brondirectory opgegeven heeft, gekopieerd worden. QUIET betekent dat niet meegedeeld wordt welke files worden gekopieerd. COPY kan naar alle devices bestanden copiëren. Bijvoorbeeld, u wilt uw net afgewerkte bestand naar de printer sturen. Dit kan met het commando COPY < bestandsnaam > TO prt: Verder kunt u gegevens sturen of halen van of naar SER: (seriële poort), PAR: (parallelle poort), DFx: (alle diskdrives), DH0: (harddisk), RAM: (ram disk), etcetera. Nog even een waarschuwing. Als er in de doeldirectory al een file staat met de naam die u opgegeven heeft, wordt hier zonder pardon overheen geschreven. Als laatste dan nog een opmerking, voor het copiëren van een diskette is het mogelijk het COPY-commando te gebruiken maar aan te raden is het niet. Het DISKCOPY commando is beter op deze taak berekend, bovendien zijn er verder nog genoeg P.D-kopieer programma's verkrijgbaar die hiervoor nog geschikter zijn. RENAME RENAME heeft tot taak, de naam van een bestand te veranderen. De syntax van dit programma is zeer eenvoudig: RENAME < oude naam > < TO > < nieuwe naam > Ook hier kan de naam bestaan uit een path, dit wil zeggen, een directory aanwijzing gescheiden door een 'I' en vervolgens de naam van het te 'renamen' programma. Eventueel kan voor de directory aanwijzing nog een device naam als df0:, df1: etc. staan. Een tweede mogelijkheid is, is het verplaatsen van een bestand of directory binnen de directory-structuur. Hiermee kunt u een directory binnen een andere directory plaatsen, bijvoorbeeld u heeft weer de directory 'basicdemos'. Dit wilt u binnen de directory 'basicprogs' hebben. De opdracht RENAME basicdemos TO basicprogs/basicdemos verzorgt dit. LIST Waarvoor dient dit? Je hebt toch een DIR commando? Toch blijft LIST een handig commando voor Amiga-DOS. LIST geeft meer informatie dan het DIR-commando. De format van LIST is: LIST < path >< opties > Zonder path (letterlijk vertaald, pad, weg; de directories waarbinnen het commando moet zoeken) neemt LIST aan dat de actuele directory bedoeld wordt. De output van LIST gebeurt volgens het formaat, programmanaam, grootte (in blokken) of directory vermelding (dir), flags, aanmaakdatum en -tijd. De flags staan altijd in de combinatie 'rwed' De letters staan voor: r - READ, lezen is toegestaan, w - WRITE, schrijven is toegestaan, e - EXECUTE, programma is uitvoerbaar, d - DELETE, programma mag worden gewist. De flags r,w,e hebben nu nog geen functie, dat wil zeggen, AmigaDos trekt zich niets van de status van deze flags aan. De datum en de tijd geven aan wanneer het bestand voor het laatst 'geupdated' is. Ook bij LIST komen we weer diverse opties tegen. Deze zijn achtereenvolgens: DIR: in welke directory gezocht moet worden. PAT: aan welk patroon moet voldaan worden, ook hierbij komen jokers goed van pas. KEYS: geeft aan vanaf welke track de file staat. NODATES: onderdrukt de weergave van de datum. TO: hierdoor kunt u de output van LIST naar ander device of file sturen. Verder bestaan nog de opties SINCE en UPTO. Hiermee kunt u de output van LIST vanaf of tot een bepaalde update datum regelen. De datumvermeldingen hoeven niet persé data te zijn. De Amiga kent ook nog de vermeldingen Today, Yesterday, en alle weekdagen. U kunt deze ook zonder moeite gebruiken. DISKCOPY Een vorm van COPY, alleen deze copieert niet files maar een gehele schijf. De syntax van DISKCOPY: DISKCOPY < FROM >< drive > TO Bij DISKCOPY hoeft u de doeldiskette niet eerst te formatteren, dit wordt door het programma gedaan. Pas wel op welke schijf u gebruikt, alle gegevens die er op geschreven staan zijn onherroepelijk verloren. De optie FROM is optioneel, u mag het dus weglaten, TO is verplicht. Als u de kopie een andere naam wilt geven dan biedt het laatste deel van het commando hiertoe gelegenheid. Doormiddel van NAME < naam > geeft u de doeldiskette een andere naam. Als u met één diskdrive werkt moet u de diskettes steeds wisselen. RELABEL Met rename kunt u files een andere naam geven, RELABEL biedt deze mogelijkheid voor de naam van een diskette. Om de diskette in drive 1 de naam bootschijf te geven, typt u in: RELABEL df1: bootschijf. Het is mogelijk om spaties te gebruiken maar het is niet aan te raden. INFO Een instructie zonder parameters. Hoe wonderlijk! Toch is het een zeer handige instructie. Op geen andere manier dan met dit commando is het aantal vrije blokken op de schijf te controleren. De uitvoer van het commando begint met de aangesloten diskdrives, harddisks etcetera., de 'mounted disks' genaamd. Dan staat er vermeld wat voor devices er zijn aangesloten, hoe groot ze zijn, hoeveel blokken er gebruikt zijn, hoeveel er nog vrij zijn, het aantal errors (zeer rampzalige zaak, altijd voorkomen dus!) de status van het device (write of read) en als laatste, de naam. Onder 'Used' wordt het aantal bezette blokken vermeld. 'Free' geeft het aantal vrije blokken weer. 'Full' is de verhouding vrije blokken en bezette blokken (2 blokken = 1 KByte). Als tweede staat dan nog vermeld 'volumes available'. Dit geeft aan met welke diskettes de WorkBench is opgestart en welke diskettes voorhanden zijn zonder te wisselen. INSTALL Het commando dient om een schijf opstartschijf te maken. De syntax van het commando luidt: INSTALL < DRIVE > (drive) DRIVE is optioneel. Na DRIVE dient dan wel het drivenummer te komen staan. Na een < RETURN > start het programma en zorgt ervoor dat er een nieuwe bootsector op de schijf wordt geschreven. Dit is handig als je een virus wilt verwijderen want deze bootsector komt precies op de plaats waar de meeste virussen zitten! ![]() TYPE Dit commando 'typt' informatie op het beeldscherm. Voor degenen die MSDOS kennen is dit een zeer bekend commando. Met dit commando kunt u de inhoud van een file, leesbaar of niet leesbaar, op het beeldscherm afbeelden. Bij het DIR commando hadden we ook al zoiets. (DIR opt i) De uitvoer stopt niet als het scherm vol is. Hier is wel een mogelijkheid voor. Druk een toets en de uitvoer stopt tijdelijk. Met het indrukken van een willekeurige toets zal de uitvoer weer door gaan. De syntax: TYPE < programmanaam > < opties > Ook bij TYPE is weer het gebruik van een 'redirection' teken mogelijk. Met TYPE >prt: ram:test.txt wordt de uitvoer van test.txt naar de printer gestuurd. Bij een redirection, of omleiding teken gaat het dus om het groter dan teken. Als u nu van een machinetaal programma een nette uitvoer wilt hebben kunt u de optie 'h' toevoegen. 'TYPE < naam > opt h' geeft een hexadecimale dump van een file. Helemaal rechts staan de leesbare tekens afgebeeld. Niet afdrukbare tekens worden vervangen door een punt. Verder kent TYPE dan nog de optie 'n'. De 'n' staat voor number. De uitvoer van elke regel van de file zal dan voorafgegaan worden door een regelnummer. JOIN Zoals het woord al zegt, voeg samen. De instructie kan maximaal 15 bestanden samenvoegen tot een nieuw bestand. De syntax luidt: JOIN < bestanden (gescheiden door een komma) > AS < nieuw bestand > AS is hierbij een verplicht keyword. Een voorwaarde bij JOIN is, dat in de reeks bronbestanden elke filenaam maar één keer mag voorkomen. Ook bij JOIN is het gebruik van jokers weer toegestaan. JOIN kan als een soort TYPE dienen door de uitvoer om te leiden naar het beeldscherm met behulp van het ‘*’ teken of om de uitvoer van meerdere bestanden achter elkaar naar de printer te sturen door na AS prt: te vermelden. SEARCH Tja, deze vlag dekt de lading volledig. Met dit commando kunt u files doorzoeken op een gegeven reeks tekens. Het commando luidt: SEARCH < FROM > < SEARCH > < ALL < string >> FROM, SEARCH en ALL zijn weer optioneel. Met FROM geeft u het door te zoeken path naar een directory of bestand aan. Met de toevoeging SEARCH geeft u aan dat het commando in de actuele directory moet zoeken, bijvoorbeeld; search "testnaam". Hierbij wordt in de actuele directory gezocht. door alle files heen, naar 'testnaam'. Als SEARCH iets vindt dan bestaat de uitvoer uit: de naam van de file gevolgd door het nummer en de tekst van regel waar de zoekstring instaat. Als laatste toevoeging is er nog ALL. ALL forceert SEARCH tot het doorzoeken van alle directories. Wel even een waarschuwing, bij uitzondering maakt SEARCH wel onderscheid tussen kleine letters en hoofdletters in de zoekstring. Ook is bij SEARCH weer het gebruik van jokers in de door te zoeken files toegestaan. SEARCH #?word test, zoekt in alle files die eindigen op word, naar het woord 'test'. PROTECT Vrij vertaald betekent dit beschermen. Dat is ongeveer wat het commando doet. Al bij het commando LIST kwamen we de vier statusflags 'rwed' tegen. PROTECT kan alle vier de flags zetten maar alleen met de flag 'd' houd AmigaDOS rekening. De flag 'd' beschermt een file tegen 'deleten'. De syntax van het commando luidt: PROTECT (filenaam) De oude, dus verwijderbare, toestand is weer terug te krijgen door achter de filenaam de toevoeging 'rwed' te zetten, dus PROTECT (filenaam) rwed. FILENOTE Met dit commando voegt u een korte notitie toe aan een file. Met het commando LIST wordt deze notitie weer zichtbaar gemaakt. De notitie kan maximaal 80 karakters, dit is 1 regel, lang zijn. De syntax van FILENOTE is: FILENOTE (filenaam) "commentaar" Het gebruik van aanhalingstekens is niet verplicht als de notitie één woord lang is. Maar bij meerdere woorden, waarbij spaties gebruikt worden, is dit wel verplicht. SETDATE Bij het commando LIST hebben we al verteld dat bij elke file een datum- en tijdvermelding wordt geschreven. Bij een Amiga zonder batterij-gevoede klok zal vaak een verkeerde datum weggeschreven worden. Hier komt het commando SETDATE van pas. Met SETDATE is het mogelijk de datum- en tijdvermelding van een file te veranderen. De syntax luidt: SETDATE (filenaam) (datumvermelding) (tijdvermelding). De tijdvermelding is optioneel, dat wil zeggen, het is niet persé nodig deze er nog achter te vermelden. De datumvermelding mag zowel een datum zijn als een vermelding als 'Yesterday', 'Saturday', etc. De Amiga rekent in dit soort gevallen de datum zelf uit. DISKDOCTOR Het kan nog wel eens gebeuren dat er iets mis gaat met een diskette. Eén van de weinige mogelijkheden die er dan zijn om de inhoud van de diskette te redden is door DISKDOCTOR aan te roepen. De syntax van DISKDOCTOR luidt: DISKDOCTOR (DRIVE) (brondrive) (doeldrive) Het commando begint dan de diskette te lezen en vermeldt in eerste instantie dan welke tracks niet meer te lezen zijn. Bij de tweede leesronde wordt de inhoudsopgave van de schijf vermeld. Files die verwijderd zijn kan men dan nog terughalen. Voorwaarde is dat de files dan niet overschreven zijn door andere files. Na deze leesronde zal vermeld worden welke blokken onherstelbaar beschadigd zijn. Er wordt dan ook nog gevraagd of de aangetaste file(s) verwijderd moet(en) worden. Een voorbeeld van DISKDOCTOR, DISKDOCTOR DRIVE df0: zal in drive df0: proberen de brondiskette op een doeldiskette te redden. Dit is veel jongleer werk. DISKDOCTOR df0: df1: zal de brondiskette in df0: wegschrijven naar de doeldiskette in df1:. Een laatste advies bij dit commando, kopieer de goede files na de DISKDOCTOR operatie en formatteer de schijf opnieuw. DISKCHANGE Er zijn diskdrives die niet automatisch een diskettewisseling opmerken. Vooral bij 5,25 inch diskdrives wil dit nog wel eens het geval zijn. En dat is helemaal nergens voor nodig. Waarom zou de Amiga anders de beschikking hebben over een drive select signaal. De syntax van DISKCHANGE: DISKCHANGE (drivenummer) Om AmigaDOS nu te kennen te geven dat er een diskettewisseling heeft plaats gevonden dient men dit commando te geven. NEWCLI De Amiga is een computer met multitasking mogelijkheden. Met de instructie NEWCLI kunt u ook daadwerkelijk van deze mogelijkheden gebruik maken. NEWCLI opent een nieuw venster waarin u een taak, een programma, kunt laten lopen. Invoer vanaf het toetsenbord kan maar in één venster tegelijkertijd. Eigenlijk niet zo vreemd want je hebt ook maar één toetsenbord! Een voorbeeld: Stel u typt in: DIR NEWCLI TYPE s/startup-sequence. Nu zal (vrijwel) tegelijkertijd in het eerste CLI venster de directory van de diskette verschijnen, en in het andere venster zal de startup-sequence, dit is het batch-bestand dat bij elke reset uitgevoerd wordt, verschijnen. De grootte van het nieuwe CLI venster zal zonder toevoeging het gehele scherm beslaan. Dit hoeft echter niet. Door achter het NEWCLI commando 'con:50/70/ 250/150/mijnvenster' te typen zal een CLI venster op x en y coordinaten 50,70 geopend worden. Dit venster heeft een breedte van 250 en een hoogte van 150 pixels (beeldpunten). Het venster zal bovendien 'mijnvenster' getiteld zijn. De grootte kan ook gemakkelijker ingesteld worden. Door middel van de muis is deze naar believen te vergroten of te verkleinen. De toevoeging 'FROM' maakt het mogelijk meteen na het openen van een CLI venster een batchbestand uit te voeren. Dit batch bestand moet dan wel in de s directory staan. NEWCLI FROM mijn-bestand, opent een venster en voert een batch bestand uit met de naam mijn-bestand. ![]() ENDCLI Als het mogelijk is nieuwe CLI vensters te openen moeten ze ook weer gesloten kunnen worden. ENDCLI sluit dus het actuele venster af. Het is niet mogelijk vanuit het ene venster het ander te sluiten. Een waarschuwing is nog wel op zijn plaats, pas op met het sluiten van het laatste venster. Als deze gesloten wordt en u hebt geen Workbench geladen met LOAD WB dan is er geen terugkeer meer mogelijk. Alleen via een reset kunt u weer toegang krijgen tot AmigaDOS. Hiermee verliest u, door een foutje, al uw informatie op de RAM disk. RUN Multitasking hoeft zich niet persé in meerdere vensters af te spelen. Met het commando RUN start u een programma als achtergrondproces binnen het zelfde venster op. Het is dus mogelijk om tegelijk uw tekstbestand uit te printen en via RS 232 een ander bestand binnen te lezen. De syntax van het commando luidt: RUN (commandoreeks) Een voorbeeld: RUN TYPE prt: tekst.txt ED myprog.c Met dit voorbeeld wordt een bestand genaamd tekst.txt naar de printer gestuurd en ED wordt opgestart om het programma myprog.c te editen of te bekijken. STATUS STATUS levert een overzicht van de lopende taken. Dit wil zeggen, de programma's die op dit moment tegelijkertijd lopen. De syntax van STATUS is: STATUS (opties) Zonder opties of met de optie 'all' of 'CLI' levert STATUS een lijst met namen van de lopende taken. Een overzicht van één taak kan men krijgen door achter STATUS het nummer van de taak waarvan men de status wil zien. De optie 'tcb' levert nog meer informatie op. Dit is informatie omtrent de grootte van de processor stack voor deze taak, de lengte van de Global Vector Table en de prioriteit. De Global Vector Table is een tabel van een file om deze file relocatable, lees verplaatsbaar, te maken. Op deze manier is de file niet gebonden aan een vaste geheugenlokatie. En mede hierdoor is het zo lastig een programma terug te vinden in het toch al zo grote geheugen. Als laatste optie is er nog 'full'. Deze optie geeft, zoals de naam al doet vermoeden, alle informatie in één keer. CHANGETASKPRI Bij het commando STATUS kwam de prioriteit van een taak al ter sprake. Niet alle lopende taken zijn even belangrijk. Of tenminste, er kan voor gezorgd worden dat ze niet even belangrijk zijn. Dit kan bereikt worden met het CHANGETASKPRI - commando. De syntax van CHANGETASKPRI: CHANGETASKPRI (prioriteit) Het getal dat de prioriteit voorstelt moet tussen -128 en +127 liggen anders volgt er een 'Priority out of range (-128 to + 127)' error. BREAK Een lopende taak kan afgebroken worden door middel van de (CTRL-C) toetsencombinatie. Deze toetsencombinatie kan ook softwarematig veroorzaakt worden door middel van het BREAK commando. Dit is vooral handig bij het RUN commando, aangezien men een taak, opgestart met het RUN commando, niet met (CTRL-C) kan onderbreken. De syntax van dit commando: BREAK (taaknummer) (toetsencombinatie) Een voorbeeld: BREAK 3, door deze opdracht zal taak 3 gestopt worden als werd er een (CTRL-D) toetsen combinatie ingedrukt. Een heel rigoureuze optie is wel de mogelijkheid om alle toetsencombinaties in een keer te versturen. Dit kan door de optie 'all' te gebruiken. PATH We zijn het al eerder tegengekomen bij de eerste commando's. Een 'path' ofwel de weg of route waarlangs AmigaDOS zoekt om een file of bestand te vinden. Met het commando PATH kunt u deze weg instellen of veranderen. Het is mogelijk zowel een weg toe te voegen alswel een weg te verwijderen. De syntax luidt: PATH (directory/devicenaam) (opties) De opties van PATH zijn: add: toevoegen van (reeks) directories aan de PATH reeks. reset: het verwijderen van de achter PATH vermelde directories uit de zoek structuur van PATH. Als het commando 'PATH reset' wordt gegeven, dus zonder directory namen, dan zullen alle wegen gewist worden, met uitzondering van de actuele directory en de C-directory. ![]() ADDBUFFERS Eigenlijk weer zo'n commando waar van de naam verraadt wat het commando doet. Als u ADDBUFFERS (drive)(aantal blokken) intypt zal deze voor het drivenummer wat opgegeven is een buffer van het aantal blokken maal 512 Bytes reserveren. Dit is bijzonder handig als u vaak achter elkaar hetzelfde commando gebruikt. Let maar eens op wat er gebeurt als u een buffer aanmaakt voor drive 0 en een buffergrootte van 11 blokken. Het commando hoeft niet iedere keer van schijf geladen te worden, het is al aanwezig in de buffer. Let er wel op dat u niet teveel geheugen reserveert voor een buffer. Er bestaat (nog) geen instructie die de buffers weer teruggeeft. WHY WHY geeft aan waarom de Amiga een ingetypte opdracht niet uit kon voeren. WHY geeft dus meer informatie waarom een ingetypte opdracht fout ging. FAULT Een soort tweede WHY. Het geeft de leesbare tekst die behoort bij een gegeven foutnummer. Stel u heeft een error 205 gehad. Nu typt u in, FAULT 205. FAULT reageert dan met FAULT 205:0bject not found DATE Eerder hebben we SETDATE gehad. SETDATE veranderde de datum- en tijd vermelding bij een file. Met DATE is het mogelijk de systeem klok te 'updaten'. De syntax van DATE is: DATE (tijd) (datum) (TO of VER) De tijd vult u in, volgens het formaat, HH:MM:SS (uren, minuten, seconden). De dag vult u in volgens het formaat, DD-MM-YY (dag-maand-jaar). Verder kent de Amiga, als de verbeterde datum minder dan een week van de actuele datum ligt, nog de vermeldingen, 'Yesterday', 'Saturday', etcetera. Met de optie 'TO' of 'VER' is het mogelijk de uitvoer om te leiden naar een bestand. SETCLOCK Bij Amiga's met een klokuitbreiding is het mogelijk door middel van het commando SETCLOCK systeemdatum en -tijd actueel te houden. Als u niet iedere keer met DATE of PREFERENCES de datum wilt bijstellen en u heeft een klok op de uitbreidingskaart zitten, dan hoeft u alleen maar het commando SETCLOCK OPT LOAD in de startup-sequence toe te voegen. Er is een voorwaarde, de klok moet wel worden ingesteld op de juiste datum. Dus, één keer de datum en tijd goed in stellen met DATE. Vervolgens intypen, SETCLOCK OPT SAVE, en voila, voortaan altijd de goede tijd. PROMPT De syntax van prompt luidt: PROMPT (uit te voeren tekst string) Bent u ook al uitgekeken op dat simpele '1>'. Daar is wat aan te doen! Door middel van het commando PROMPT kunt u elke willekeurige tekst voor aan de regel zetten. Dit dan in plaats van het '1>'. Een voorbeeld: PROMPT "goedendag:" Dit zorgt er voor dat op elke nieuwe regel 'goedendag:' komt te staan. Bij PROMPT "%n (uit te voeren tekst string)" wordt het %n teken vervangen door het actuele CLI venster nummer. STOCK Voor elke taak wordt een bepaald geheugengedeelte gereserveerd voor de opslag van AmigaDOS routines. Dit geheugen noemt men de 'Stack'. De syntax van STACK: STACK (geheugengrootte) De standaard instelling is 4.000 Bytes. Wees niet te zuinig met ruimte voor de stack. Als er niet voldoende ruimte is gaat het systeem 'hangen' zonder de welbekende Guru-meditatie. Vooral C programma's springen nogal vreemd met de STACK om! BINDDRIVERS Een commando dat samen met het MOUNT commando belangrijk is bij sommige randapparatuur van de Amiga. Bijvoorbeeld een harddisk. De instructie zorgt ervoor dat de drivers voor deze devices geïnstalleerd worden en naar de directory 'Expansions' gekopieerd worden. Als zulke devices er niet zijn kunt u dit commando zonder meer schrappen uit de startup-sequence. MOUNT BINDDRIVERS is niet genoeg om nieuwe devices herkenbaar te maken voor AmigaDOS. Met MOUNT kunt u de devices aan AmigaDOS bekend maken. Een voorwaarde is wel dat de gegevens over het nieuwe device in de Mountlist in de directory 'Devs' staan. Achter MOUNT typt u dezelfde naam in die u gebruikt heeft in de Mountlist. Bijvoorbeeld, in de Mountlist staan de gegevens van een resetvrije RAM disk. Hij wordt daar ROM: genoemd. Nu typt u in, MOUNT rom: Als u nu ASSIGN intypt zal in de uitvoer het device ROM: ook vermeld worden. ASSIGN Zoals hierboven al ter sprake kwam, hiermee kunt u onder andere de lijst met devices, die u gebruiken kunt, te voorschijn halen. Deze staan vermeld onder de kop 'Devices'. Dit is één van de mogelijkheden. Onder de kop 'Volumes' zullen de namen van de diskettes die AmigaDOS kent afgebeeld zijn. De aanduiding 'Mounted' betekent weer dat de diskettes ofwel in de diskdrive zitten of dat het systeem er mee opgestart is. Onder 'Directories' staan links de pseudo-devices. Achter elk pseudo device staat het pad waarlangs deze directory gezocht moet worden. De syntax van ASSIGN: ASSIGN (pseudodevice)(path)(LIST) De pseudodevicenaam moet wel afgesloten worden met een ':'. Het wordt immers door AmigaDOS opgevat als een device. De 'path' is weer de weg waarlangs gezocht moet worden naar de directory. Deze directory is in feite het pseudo-device. De toevoeging LIST geeft een overzicht. Dit is hetzelfde als wanneer u ASSIGN intypt. LOADWB LOADWB staat voor load de workbench. Nadat u met (CONTROL-D) het inladen van de startup-sequence heeft afgebroken kunt u met LOADWB de workbench alsnog inladen. De Workbench is de interface tussen mens en computer. Vanuit de Workbench kunt u met de ICONS file's inladen. ICONS zijn de afbeeldingen die bij de file's horen. Op disk kunt u ze vinden door de instructie:"dir #?info" Door nu met een 'dubbele klik' de afbeelding aan te klikken kunt u het desbestreffende programma inladen en opstarten. Door met 'shift klik' het eerste ICON aan te klikken kunt u ook nog een tweede ICON kiezen. Bijvoorbeeld om bij het opstarten van basic direct het te gebruiken basic-programma in te laden. Onder deze ICONS staat veelal de naam van het programma. U kunt met behulp van ICONED deze afbeeldingen aanpassen aan uw eigen wensen. Wat dacht u van de SUPER-ICONED? Met dit programma krijgt u maximaal een ICON zo groot als het hele scherm. Met ICONMERGE kunt u twee ICONS aan elkaar koppelen tot één ICON. Dit alles is de moeite van het proberen zeker waard. ![]() ROM-WACK Het inladen van de Workbench met de optie (debug;) Met deze optie komt u bij een GURU situatie, met een 9600 Bd terminal in de zogenaamde ROM-WACK routine van de Amiga terecht. Doe als volgt: Start de Amiga op met de Workbench schijf in de drive. Onder het laden drukt u een paar keer op CONTROL-D. Vervolgens typt u LOADWB -debug; plus een return. Na het inladen typt u ENDCU in. Bekijkt u nu de menubalk van de Workbench maar eens goed. Juist daar staan twee dingen meer in een extra menu. Wanneer u nu een PC of een tweede Amiga heeft kunt u vanuit een terminalprogramma de Amiga gaan besturen. Koppel de PC via de zogenaamde NULL modem kabel aan elkaar. Zonder een tweede computer kunt u het rustig vergeten. Of een vriend moet zo vriendelijk wezen om alles 'even' in te pakken. Door in de terminal mode een '1' in te tikken krijgt u de volgende 15 instruktie's op uw terminal scherm: alter, boot, clear, fill, find, go, ig, limit, list, regs, reset, resume, set, show en user. Met deze instruktie's kunt u de computer opnieuw opstarten (boot), een gedeelte van het geheugen opvullen (fill), en het geheugen doorzoeken naar een opgegeven HEX waarde (find). Met REGS kunt u de inhoud van de registers gaan bekijken. In geval van de keuze RESUME aktiveerd ROMWACK de Workbench weer. En het mooie van deze routine is dat u de RAM niet direct kwijt bent. Om feilloos met dit gebeuren te kunnen omspringen, dient u wel om te kunnen gaan met 68000 assembly. |